Webquest carte orange Unité 4

Conversations.


 

Goûts et couleurs
Rol A Rol B

Zeg in het Frans:

1) Waar houd je van ?

Controleer het antwoord van B:
1) J'aime le noir.
2) En waar heb je een hekel aan? 2) Je déteste l'orange.
3) Houd jij van rood/Vind jij rood mooi?

3) Je préfère le blanc. Et toi, qu'est-ce que tu aimes ?

4) Ik houd van blauw. 4) Et qu'est-ce que tu détestes ?

5) Ik heb een hekel aan groen.

5) Je déteste le vert aussi. C'est nul.
6) Van wat voor kleding houd je ? 6) J'aime surtout les jeans, mais je n'aime pas les robes. Et toi ?
7) Ik houd ook van spijkerbroeken, maar vooral van kostuums.

7) Pourquoi tu aimes les costumes chics ?

8) Omdat het te gek is ! 8) Qu'est-ce que tu aimes comme boisson ?

9) Ik ben dol op cola, maar ik houd ook van jus d'orange. En jij?

9) Moi, j'adore le thé et le café.

 

 


Goûts et couleurs
Rol B Rol A
 

1) Qu'est-ce que tu aimes ?

1) Ik houd van zwart.

2) Et qu'est-ce que tu détestes ?

2) Ik heb een hekel aan oranje. 3)Tu aimes le rouge?
3) Ik heb liever wit. En jij, waar houd jij van?

4) J'aime le bleu.

4) En waar heb je een hekel aan? 5) Je déteste le vert.
5) Ik heb ook een hekel aan groen. Het is waardeloos.

6) Qu'est-ce que tu aimes comme vêtements ?

6) Ik houd vooral van spijkerbroeken, maar ik houd niet van jurken. En jij? 7) J'aime aussi les jeans, mais surtout les costumes chics.
7) Waarom houd je van kostuums?

8) Parce que c'est trop bien !

8) Van wat voor drankje houd je? 9) J'adore le coca, mais j'aime aussi le jus d'orange. Et toi ?
9) Ik ben dol op thee en koffie.  

 

                     


 

Veel succes!