Webquest carte orange Unité 3

Conversations.


 

Vie scolaire
Rol A Rol B

Zeg in het Frans:

1) Hoe heet jouw school ?

Controleer het antwoord van B:
1) Mon collège s'appelle Helen Parkhurst.
2) Is jouw school ver weg ? 2) Oui, c'est loin/non c'est tout près.
3) Vind je het leuk op school ?

3) Oui, j'aime mon collège/mon école.

4) Hoe ga je naar school ? 4) en vélo/à pied/en autobus

5) Houd je van Frans ?

5) Oui, j'aime le français !
6) En de docent ? 6) Le prof est super !
7) Houd je van informatica ?

7) Non, je déteste l'informatique.

8) Waarom ? 8) Parce que c'est nul.

9) Houd je van aardrijkskunde ?

9) Oui, j'aime la géo. C'est intéressant.
10) Wat is jouw favoriete vak ? 10) Ma matière préférée c'est l'anglais. J'adore le dessin aussi.
11) Heb je veel huiswerk voor maandag?

11) Lundi j'ai un exposé d'histoire.

12) Woensdag heb ik een overhoring geschiedenis. 12) Mercredi j'ai une rédaction de néerlandais.
13) Vrijdag heb ik een spreekbeurt Duits. 13) Quelle est ta matière préférée alors?

14) Ik ben dol op geschiedenis en muziek.

14) Moi j'adore les maths.
15) Waarom ben je dol op wiskunde? 15) Parce que c'est facile.

 

 


Vie scolaire
Rol B Rol A
 

1) Comment s'appelle ton collège/ton école?

1) Mijn school heet Helen Parkhurst.

2) Ton collège/ton école c'est loin ?

2) Ja, het is ver/Nee, het is dichtbij. 3) Tu aimes ton collège/ton école ?
3) Ja, ik vind het leuk op school.

4) Comment tu vas au collège/ à l'école ?

4) met de fiets/te voet/met de bus.
5) Tu aimes le français?
5) Ja, ik houd van Frans

6) Et le prof?

6) De docent is super! 7) Tu aimes l'informatique?
7) Nee, ik heb een hekel aan informatica.

8) Pourquoi?

8) Omdat het waardeloos is. 9) Tu aimes la géo?
9) Ja, ik houd van aardrijkskunde. Het is interessant.

10) Quelle est ta matière préférée ?

10) Mijn lievelingsvak is Engels. Ik ben ook dol op tekenen. 11) Tu as beaucoup de devoirs pour lundi?
11) Maandag heb ik een spreekbeurt geschiedenis.

12) Mercredi j'ai une interro d'histoire.

12) Woensdag heb ik een opstel Nederlands. 13) Vendredi j'ai une exposé d'allemand
13) Wat is dan je lievelingsvak?

14) Moi j'adore l'histoire et la musique

14) Ik houd van wiskunde 15) Pourquoi tu adore les maths?
15) Want het is makkelijk  

 

                     


 

Veel succes!